|
Het gewone en het ongewone Bij het ontwerp van een huisstijl zijn twee ogenschijnlijk tegengestelde principes van belang. Het eerste principe is dat van het gebruik van het gewone. Om een huisstijl efficiënt te maken, moet er zoveel mogelijk worden gestandaardiseerd. Alleen dan levert een huisstijl financiële voordelen en efficiëntie op. Voorbeelden van gestandaardiseerde huisstijldragers zijn briefpapier, memo’s en rapporten. Voor wat betreft het gebruik van het gewone wordt er bij het ontwerpen van een huisstijl steeds meer op gelet dat hij geschikt moet zijn voor geautomatiseerd gebruik. Niet zelden maakt daarom kantoorautomatisering deel uit van een huisstijlproject: door middel van macro’s worden tekstverwerkers gereed gemaakt om met de huisstijl te kunnen werken. Werknemers die met de huisstijl werken hoeven zelf niet meer uit te zoeken waar en in welk lettertype bepaalde soorten tekst op het papier moeten komen en dat spaart niet alleen tijd, maar ook ergernis. Naast het gebruik van het gewone staat het gebruik van het ongewone. Door het ongewone en daardoor opvallende te gebruiken, vestigt de huisstijl de aandacht op zichzelf en draagt op die manier meer uit. Het gebruik van het ongewone is alleen gerechtvaardigd bij huisstijldragers die in hun ongewone vorm niet voor dagelijks gebruik bedoeld zijn. Huisstijldragers die niet tot de standaard kantoorbenodigdheden behoren of een eenmalig karakter hebben, lenen zich bij uitstek voor het gebruik van het ongewone. Gevelbelettering en uitnodigingen voor speciale gelegenheden bijvoorbeeld: deze kunnen een ongewone vorm hebben of worden toegepast op onverwacht materiaal. |
|||