T. J. de Ruiter, predikant Elim Pinkstergemeente te Hilversum
Onlangs werd ik geprikkeld door een artikel in de afdeling 'Verdieping' van het dagblad Trouw van 17 januari 2002. Het artikel droeg de titel, 'De vrolijkste dominees van Nederland roeren zich.' Deze vrolijke, jonge dominees hebben zich aangesloten bij het platform 'Op goed gerucht,' en houden regelmatig studiedagen. Volgens eigen zeggen zijn deze dominees 'vrolijk en lichtvoetig.' Maar deze vrolijke dominees winden zich ook op en maken zich kwaad, zoals over de problemen in het SOW proces. Ik citeer uit het artikel: Het 'gedonder over het SOW proces moet maar eens afgelopen zijn, ' vinden zij. Zij zijn ook boos, flink boos, op de evangelischen, die de homo's verketteren - het moet ook hiermee maar eens snel afgelopen zijn en daarom kregen de evangelischen in de kerken een heel boze brief van dit platform. Het is dus niet alles vrolijkheid wat de klok slaat bij deze 'jonge, enthousiaste' dominees. En dat hun kerken leeglopen schijnt hun vrolijkheid niet te dempen, want zij zien ook positieve kanten aan zoiets......
Ik kon eigenlijk niet goed volgen, waarom deze jongere generatie predikanten echt vrolijk kan zijn. Hun vrolijkheid heeft - afgaand op dit artikel - meer het karakter van 'jongens, we kunnen verdrietig zijn om wat er allemaal aan negatiefs in de kerken gebeurd, maar kop op, we zijn predikant en we worden ervoor betaald, we gaan er tegenaan en laten van ons horen.' Ik betwijfel ten zeerste of een dergelijke vrolijkheid wel een echte, schrifuurlijke, geestelijke basis is voor een dergelijk ambt. Maar, uiteraard, sommigen zullen hierover met mij van mening verschillen.
Ik mag dan ongeveer de dubbele leeftijd van deze jonge, vrolijke dominees hebben, maar ik kan naar waarheid zeggen dat ik meer vrolijkheid in mijn leven en in mijn werk als predikant heb gekregen, dan in vroegere jaren. Sinds de 'Nieuwe Wijn' vernieuwing in de vrijere charismatische bewegingen in de negentiger jaren ingang vond, heb ik ook er een slokje van genomen en dronk van het levend water, dat wijn in het binnenste van de gelovige wordt en zelfs - zo zei Jezus het zelf - als rivieren uit hem kan stromen; lees Johannes 2:7-11 en 37-39. De vernieuwende, verfrissende en verzadigende werkingen van de Heilige Geest hebben een enorme nieuwe vrijheid en vreugde in mijn hart gebracht. Er kwam ook nieuwe inspiratie in de prediking en het bijbels onderwijs, dat resulteerde in een nieuwe feestelijke vrijheid in de bediening van het Woord op de kansel.
Eigenlijk beleef ik nu in kerkdiensten, wat ik als jong kind reeds zo dikwijls in de kerk zong - ik ben Gereformeerd opgevoed: "Gods vriendelijk aangezicht heeft vrolijkheid en licht, voor al d'oprecht van harten, ten toon gespreid in smarten..." En nu herinner ik ook mij die Psalmregel: "Gods volk zal huppelen van zielevreugd, daar zij hun wens verkrijgen. Hun blijdschap zal dan onbepaald, door 't licht, dat van zijn Aanzicht straalt, ten hoogste toppunt stijgen." Ik herinner mij dat ik mijn vader eens als zes- of zevenjarige vroeg: "Pa, waarom huppelen we dan niet in de kerk en zijn we niet vrolijk?" Waarop mijn vader antwoordde: "Dat doen we niet in de kerk, m'n jongen, dat hoort niet."
Vandaag weet ik wel beter. Vrolijkheid behoort juist in de kerk thuis. De kerk is een veel betere plaats om vrolijk en lichtvoetig te zijn dan het cafe of een of andere gezelligheidsclub. In Gods aanwezigheid wordt voortdurend een party georganiseerd. Onlangs kwam het met kracht tot me: Toen de verloren zoon terugkeerde uit een zondig, ruig, werelds leven ging de vader een feest organiseren. Uiteraard kreeg dat feest een einde, zoals alles op aarde zowel een begin als een einde heeft. Maar als dit verhaal een analogie van hemelse realiteiten is, zou ik willen concluderen dat het feest van onze eigen terugkeer tot het Vaderhuis van God en van verzoening met- en acceptatie door Hem, een blijvend feest is, want geestelijke realiteiten zijn eeuwig.
Ik hoop en bid dat Nederlandse predikanten primair hun vrolijkheid en feestelijkheid in-en door de gemeenschap met de hemelse Vader vinden en dat zij die ook - uit de volheid van hun door Gods Geest bekrachtigd hart - niets slechts aan hun gemeenten zullen kunnen en willen uitdragen, maar ook daarbuiten, naar een ieder, die naar hen horen wil.
T. J. de Ruiter, Leusden, 17 januari 2002
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
E-mail T. J. de Ruiter
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~